Spelers krijgen een hand van 12 uit een stapel van 1-60 (de rest gaat het hele spel terug in het vak) en leggen vervolgens markeringskaarten uit die de andere spelers de kracht van hun hand laten zien. Een ander scorendek van 24 heeft waarden van 1-12; twee kaarten uit dit kaartspel worden open gelegd.
Spelers kiezen in het geheim één kaart uit hun hand en onthullen deze tegelijkertijd. De hoogst gespeelde waarde neemt de laagst scorende kaart, die open naar een stapel voor je gaat. De op een na hoogste neemt eveneens de andere kaart. Resterende kaarten worden afgeprijsd. Kijk dan naar ieders open kaartspel: de hoogst scorende speler draait een van zijn of haar markeerkaarten om! (In het originele spel werden kaketoes koekoeken; deze editie heeft als thema redders). Aan het einde van een ronde scoren spelers op basis van hun markeringskaarten die ze hebben weten te redden (kaketoes of reddingswerkers).